Ontwikkeling van jongens

We gaan er vanuit dat jongens zich sociaal-emotioneel op een andere manier ontwikkelen dan meisjes. Onder deze ontwikkeling verstaan we de relatie met andere mensen, de kwaliteit van deze relatie, de mate waarin deze relatie als prettig wordt ervaren, de gevoelens en gedachten die deze relatie oproept.
Wanneer we praten over ‘de jongens’ en ‘de meisjes’ doet dit uiteraard geen recht aan de uniciteit van de mens. In zekere zin is het generaliserend. Toch is er voldoende basis om te spreken van specifieke jongens- en specifieke meisjeskwaliteiten.

De invloed van testosteron op de ontwikkeling van de hersenen

Jongens zijn over het algemeen sterker biologisch voorgeprogrammeerd om fysiek te leren dan meisjes. Delfos (2002) toont aan dat het hormoon testosteron hierbij een belangrijke rol speelt. Mannen hebben meestal een beter ontwikkelde rechterhersenhelft. Hier huist het analytisch en logisch denken en het ruimtelijk inzicht; eigenschappen die bij mannen vaker op de voorgrond treden. Het onder woorden brengen van gedachten en gevoelens vindt plaats in de linkerhersenhelft en deze is bij de vrouw verder ontwikkeld. Voor jongens is verbaliseren van informatie meestal moeilijker dan voor meisjes. Jongenshulpverlening moet aansluiten bij dit gegeven. Een verbale therapie is minder gepast.

De invloed van testosteron op het gedrag

Delfos (2001, 2004) beschrijft de invloed van testosteron en adrenaline op het gedrag. Testosteron is het hormoon dat voor actie zorgt. Des te meer testosteron in het bloed, des te meer actiebereidheid. Adrenaline zorgt voor het fysiek kunnen handelen, testosteron maakt dat we er toe kunnen komen.

Uit het bovenstaande mag niet opgemaakt worden dat er daarom meer probleemgedrag ontstaat. Wel stelt het een enorme hoeveelheid energie ter beschikking. Deze toename van energie leidt tot een enorme dadendrang. Juist dan is er voor jongens ruimte nodig om te onderzoeken en te ontdekken. Ruimte om te bewegen in de wereld vol uitdagingen. Het Top-Rope programma sluit aan bij die dadendrang. “Actiegericht werken” is ons motto. De energie die beschikbaar is, wordt gebruikt om vanuit actie te kijken en te denken over eigen handelen.

Invloed van de cultuur

In het boek Het Kaïnsteken beschrijven twee jongenspsychologen (Kindlon en Thompsen; 2000) de ontwikkeling van jongens. Ook zij erkennen de invloed van testosteron. Toch leggen zij meer de nadruk op de hedendaagse cultuur. Deze cultuur, waar jongens in groot worden, heeft een verkeerd beeld van mannelijkheid. In de filmwereld bijvoorbeeld, komen veel mannenfiguren voor die ‘hard en cool’ zijn. Emoties worden snel omgezet in daden. En er is weinig ruimte voor stilstaan bij emotionele gebeurtenissen. Het toenemen van geweld onder scholieren in Amerika heeft met dit fenomeen te maken. De jongen is zich niet bewust van zijn eigen emotie maar heeft ook geen idee wat hij bij de ander oproept. In de peergroep heerst vaak een sfeer die bedreigend is. Je moet aansluiten bij de groep en meedoen in de concurrentiestrijd.  Opgeven en verliezen is fataal. Innerlijk zijn jongens vaak angstig, ook al hebben ze daar zelf geen gevoel bij. Aan de buitenkant ogen ze verhard.

Dit roept bij de opvoeder en gezagdragers vaak strenge en harde strafmaatregelen op. Alhoewel deze psychologen voor duidelijke structuur zijn, vinden ze een hard en streng beleid niet de oplossing. Het risico is dat de harde schil dikker wordt. Er ontstaan wraakgevoelens en de houding ‘mij krijg je toch niet’. Wanneer de druk van buitenaf groter wordt, kan de jongen inwendig gebroken raken (Thompson,M. 2000). Dit geeft inwendig meer pijn. Aan de buitenkant lijkt hij heropgevoed en weer in het gareel, maar inwendig bestaat de kans dat hij voor het leven gebroken is. Deze pijn zal hij vroeg of laat uiten. Hetzij op zijn omgeving (wraak) of op zichzelf (automutilatie/zelfdestructie). Wij hanteren daarom een behandelstijl op basis van beïnvloeding en niet op basis van macht. Dit in tegenstelling tot de zogenaamde “bootcamps”, waar juist macht en drillen een grote rol krijgen. Dit helpt maar voor een zeer kleine onverbeterlijke doelgroep, en alleen zolang er controlerende ogen zijn die het af kunnen dwingen. Intrinsieke groei is daarbij nauwelijks te verwachten.

Wij stellen dat de jongens behoefte hebben aan voorbeeldfiguren die evenwichtig met hun emoties om kunnen gaan. Het durven laten zien en uiten van emoties op een eerlijke, open manier geeft jongens een nieuw perspectief. 

Fysiek-emotionele behandelvisie

Bij de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongens speelt de fysieke kant een grote rol. Ykema (2002) spreekt van een  fysiek-emotionele ontwikkelingslijn. Al doende begrijpen zij de wereld. Van grijpen naar begrijpen. Meisjes daarentegen ontwikkelen overwegend langs een verbaal-emotionele ontwikkelingslijn. Taal speelt daarbij een belangrijke rol.

Vanuit de fysiek-emotionele ontwikkelingslijn bezien heeft een jongen veel lichamelijke ervaringen nodig. Adventure therapy is daarom een uitstekende methode voor jongenshulpverlening.

De fysieke ervaring is hier het startpunt van het ontwikkelen van ‘het zelf’. Ykema (2002) spreekt van een psycho-fysieke aanpak. Hij benoemt drie basisbouwstenen, namelijk:

  • zelfbeheersing: je eigen energie kunnen beheersen en richten op een positieve ontwikkeling;
  • zelfreflectie: kunnen nadenken over eigen handelingen en de gevolgen hiervan;
  • zelfvertrouwen: de twee voorgaande bouwstenen geven zelfkennis en zelfvertrouwen.

De hierboven beschreven fysiek-emotionele ontwikkelingslijn geeft richting aan onze visie op het behandelen van jongens. Ons Top-Ropeprogramma houdt rekening met de specifieke eigenschappen van jongens. Op deze manier kunnen we binnen de hulpverlening de eigenschappen van de jongens positief benutten. Bij Outback Explorers spreken we van een fysiek-emotionele behandellijn.

Maatschappelijke ontwikkelingen

De laatste vijftig jaar zijn er veel nieuwe ontwikkelingen geweest. Velen daarvan hebben ons leven positief beïnvloed. Denk daarbij aan technische ontwikkelingen zoals de computer, internet en machines. 
Ook maatschappelijk is er een en ander veranderd. Zo is de positie van het kind veel centraler komen te staan. Kinderen en jongeren tellen meer als individu, kunnen beter hun eigen opleiding kiezen en hebben veel meer mogelijkheden om de baan te kiezen die bij hen past. 
Ook de emancipatie van de vrouw heeft voor jongeren een wereld geopend die  vijftig jaar geleden niet voor mogelijk gehouden werd. Er zijn nog maar een paar beroepen die niet toegankelijk zijn voor vrouwen. 

Onderscheid man-vrouw

Met het veranderen van de leefomstandigheden is ook het beeld op mannen en vrouwen veranderd. Zij worden in onze huidige maatschappij nogal eens gezien als hetzelfde. Het verschil benoemen leidt snel tot de gedachte dat er gediscrimineerd wordt. Het wordt ervaren als een onderscheid tussen inferieur (de vrouw) en superieur (de man). Bovendien is niet alleen de vrouw geëmancipeerd, de man en zijn rol zijn ook veranderd: van masculien naar feminien. 

Van jachtgeweer naar laptop

Die ontwikkeling en gedachtegang doen ons inziens geen recht aan de fysieke en mentale verschillen die er zijn, maar resulteren in een onderwaardering van ‘stoer’ mannelijk gedrag. Er openlijk voor uitkomen dat je op zaterdag met het jachtgeweer op de schouder door de bossen struint, wordt niet gewaardeerd. De man is –generaliserend gesproken- van het ruige veld naar de winkelstraat gegaan, heeft zijn jachtgeweer ingeruild voor een pinpas of laptop en slacht geen haas meer, maar laat een pizza bezorgen. 

Afstand tot de natuur

Die veranderingen koppelen we in eerste instantie misschien aan welvaart. Maar het betekent veel voor de ontwikkeling van onze kinderen. De voorbeeldrol van de man, gebaseerd op zijn fysieke eigenschappen, is grotendeels verdwenen. Het lichamelijk uitdagende leven van vroeger is niet meer op een natuurlijke wijze aanwezig.
De fysieke mogelijkheden van jongens worden daardoor nauwelijks benut. Veel zaken die vroeger uithoudingsvermogen en fysiek doorzetten vereisten, zijn nu gereduceerd tot een druk op de knop. 
De afstand tot de natuur is sterk vergroot. Hierdoor missen de jongens een natuurlijke ontdekkingsreis, waarbij het “in het water vallen” en door de modder achter elkaar aankruipen bijna niet meer mogelijk is.

Terug naar de natuur

Al de bovengenoemde veranderingen brengen ons bij het succes van adventure therapy met jongens. Dat geeft hen de broodnodige ervaring in de natuur terug. Daar leren ze lessen die ze meenemen naar het dagelijks leven. Wij zien hen in onze programma’s tot hun recht komen en genieten van de fysieke uitdaging in de natuur. Met beregende gezichten sjouwen ze rugzakken over een boomstam, om aan de andere kant van de sloot, met het kompas in de hand, de route te vervolgen. Door weer en wind, bij nacht en ontij - maar juist dat is de uitdaging die ze graag aangaan. 

Maatschappelijke structuren

Een andere belangrijke ontwikkeling uit de achterliggende decennia zijn de sterk veranderde maatschappelijke structuren. 
In het dorp was het duidelijk wat er van je verwacht werd. Hoe je de burgemeester groette, wat je deed wanneer er een begrafenisstoet voorbij kwam, hoe je de veldwachter bejegende, waar je wel en waar je niet mocht rennen.

Veel volwassenen uit de gemeenschap zagen het als hun taak om de structuur en de regels te handhaven. Men sprak de jongens aan op hun wangedrag. Het werd vanzelf pijnlijk duidelijk wanneer je de signalen te vaak miste en het je niet lukte om te luisteren. 
Aan de andere kant konden de jongens een grote bijdrage leveren aan hun gemeenschap. Iedereen in het dorp sprak er van wanneer de stoere jongens een losgebroken stier staande hielden en weer terugbrachten naar de dorpsslager. De gemeenschap speelde hoe dan ook een belangrijke rol.

Terug naar de gemeenschap: community building

Binnen onze programma kunt u kiezen voor individueel, buddysysteem of groepswerk, om het aspect van ‘de gemeenschap’ weer terug te brengen. In de groep leren de jongens elkaar aan te spreken, complimenten te geven en kritiek te uiten. Maar we verbreden dit ook naar de volwassenen om hen heen. Ouders, leerkrachten en docenten, vrienden en bekenden: ze worden waar mogelijk als supportgroep betrokken bij het veranderingsproces. De supporters ondersteunen de jongens bij de veranderingen, helpen de ouders hun gezag te handhaven en vieren samen de resultaten. Dát noemen wij community building.